INFO WINDPROJECTEN









ACTUALITEITEN







'Wie stopt de 'Poolse' windturbine-rechtspraak in Nederland, de huisarts en de rechter',
over scheiding der machten




15/10/2020, HLN



nieuwe documentaire die die veel stof doet opwaaien en het nut van groene energie en de intenties van de promotors fileert.
Een aanrader voor scholen en iedereen die de Inconvenient Truth van Al Gore is bijgebleven.



Op de website www.gezondheid.be vonden we een goed artikel dat verschillende meningen laat horen over de risico's van het plaatsen van windturbines in Vlaanderen.













WETGEVING

Groot nieuws:
Advocaat Generaal van het Europese Hof van Justitie concludeert dat de Vlarem windmolenwetgeving incl. de omzendbrieven onwettig is en vernietigd dient te worden omdat Vlaanderen geen plan-MER heeft toegepast bij totstandkoming ervan, het definitieve arrest volgt nog.















MEDIA























Energiepact? Wat nu?


































Plaintes concernant les éoliennes

Pour les citoyens concernés de Bassenge, Juprelle et Oupeye:




BELANGRIJK NIEUWS OVER WETGEVING WINDTURBINES:

Het parlement heeft een 'Validatiedecreet' gestemd  nadat  Europa de Vlaamse windturbinewetgeving (na de Waalse) om milieuredenen onwettig verklaard heeft, dus om onder een nietig of onwettig verklaarde wetgeving gewoon door te kunnen met vergunnen en exploiteren.
Men moet zich daar vragen bij stellen.
(Maar is dat geen moeite voor niets, wetende dat we helemaal geen toepasbare wetgeving voor windturbines hoger dan 64m hebben?)

Dat gebeurde dan ook, door zeven partijen bij het Grondwettelijk Hof.
Dat Hof heeft het schorsingsverzoek echter afgewezen omdat het stelt dat windenergie onmisbaar zou zijn voor de Belgische energiebevoorrading, hetgeen een manifeste onwaarheid is in de ogen éénieder die zich wetenschappelijk in het onderwerk heeft verdiept, daar mankeerde het dus aan bij het Hof.
De statistieken van Elia en de overheid zelf geven een heel ander beeld dan die het Grondwettelijk Hof schetst in haar beslissing.


Het Europese Hof van Justitie verklaarde op 25 juni 2020 de Vlaamse windturbinewetgeving onwettig tot stand gekomen en dus nietig om dwingende milieuredenen.
Het windturbinekader binnen Vlarem en de bijbehorende omzendbrieven, voldoen volgens het arrest duidelijk niet aan het vereiste hoge beschermingsniveau dat Europa oplegt.

De Vlaamse Regering is echter 'creatief' voorbijgegaan aan de ratio van het recente arrest van het Europese Hof en probeert de onwettigverklaring van het Vlaamse windturbinekader op deze manier juridisch te omzeilen d.m.v. een vlug gestemd  (nood-) decreet, mogelijk onder druk van de windsectorlobby en aandeelhouders.

Via dat Validatiedecreet wil men zich definitief onttrekken aan de wettelijke gevolgen van het arrest van het Europese Hof, wat echter bedoeld is om ervoor te zorgen dat er in Vlaanderen géén windturbines meer worden gebouwd en geëxploiteerd onder een windturbine-wetgeving, die wat betreft de milieunormen voorafgaand nooit wettig getoetst is en daarmee een niet te onderschatten gevaar voor de volksgezondheid kan opleveren.

Hoewel de Europese milieurichtlijn (de plan-MER richtlijn 2001/42/EU) die voorafgaand aan plannen en programma's via een strategische en planmatige milieueffectrapportage na passend milieuonderzoek, een juridisch fundament moest verschaffen onder bijvoorbeeld ook het Vlaamse wettelijk kader rond windturbines, heeft de Vlaamse regering het toepassen van de Europese wetgeving structureel nagelaten.

We moeten dus concluderen dat de 'wettelijke' normen die nog steeds gehanteerd worden voor de vergunning en exploitatie van windturbines, natte-vingernormen zijn, die nooit het voorwerp hebben uitgemaakt van passend milieuonderzoek in het kader van de Europese milieurichtlijnen.


Theatraal

De overheid en de windsector, een gedeelde verantwoordelijkheid, laten nu schaamteloos voorkomen alsof ze plots door een Europees arrest, het gevolg van een onderbouwd windturbineprotest van een actiegroep uit Nevele, voor het blok zijn gezet.  Een snel geformuleerd validatiedecreet moest de 'redding' zijn, in het algemeen belang, dat niet aangetoond werd...

Bestaande windturbines blijken destijds dus 'onwettig vergund', onder een door het Europese Hof van Justitie om milieuredenen nu nietig verklaarde Vlaremwetgeving, nieuwe windturbines zouden daarom logischerwijs eveneens niet meer vergund mogen worden onder die zelfde onwettige maar wel weer 'gevalideerde' wetgeving.

Men kan een door het Europese Hof van Justitie om dwingende milieuredenen nietig verklaarde wetgeving via een juridische goocheltruc misschien wel 'valideren', maar men verandert daarmee niets aan de om milieuredenen, onwettige vergunning van windturbines.
Doorgaan met behulp van een goocheltruc, een validatiedecreet uit de hoed, verandert niets aan die strijdigheid met de Europese wetgeving van reeds gebouwde, maar ook de vergunde maar nog niet gebouwde, windturbines. Let wel, het windmolenkader is door het Europese Hof van Justitie onwettig verklaard om milieuredenen, de vereiste bescherming van mens en milieu wordt dus onvoldoende gegarandeerd.


De regering leek echter bang voor schadeclaims van de exploitanten van windturbines.
Maar moet men niet juist vooral vrezen voor terechte milieu stakings-vorderingen die burgers de mogelijkheid geven bestaande windturbines stil te leggen?

Men kan in bezit van een 'geldige vergunning' toch in strijd handelen met de Europese richtlijnen en daardoor geen 'goede buur' zijn.
Het is de decreetgever zelf die burgers nu die hint geeft:


Regering bang voor milieustakingsvorderingen

"Voorstel voor Validatie decreet, Vlaams Parlement:

(…) De simpele en zuivere uitvoering van het arrest van 25 juni 2020 brengt bijgevolg een fundamentele rechtsonzekerheid met zich mee voor zowel bestaande als toekomstige windturbineparken, en dreigt een aanzienlijk negatievere impact op mens en milieu teweeg te brengen. Elk windturbineproject waarbij de VLAREM-normen werden of worden toegepast en waarbij in het verleden de omzendbrief van 2006 werd toegepast, zou immers mogelijk onwettig zijn. Concreet doen zich daarbij een aantal hypothesen voor. De belangrijkste zijn hieronder opgesomd:

–hypothese A: een windturbineparkproject waarvan de vergunningen definitief zijn en dat inmiddels volledig is afgerond en in exploitatie is: mogelijkheid dat een rechter de exploitatie stillegt in het kader van een (milieu)stakingsvordering;

–hypothese B: een windturbineparkproject waarvan de vergunningen definitief zijn, maar waarbij nog niet met de bouw en exploitatie is begonnen: mogelijkheid dat een rechter de exploitatie stillegt in het kader van een (milieu)stakingsvordering als de vergunningen eenmaal worden uitgevoerd, of preventief optreedt om te beletten dat vergunning wordt uitgevoerd, bijvoorbeeld in het kader van een milieustakingsvordering;

– hypothese C: een windturbineparkproject waarvan de vergunningen voor de administratieve of burgerlijke rechtbanken betwist worden, maar waarbij nog niet met de uitvoering is begonnen: risico op vernietiging, respectievelijk onwettig-verklaring van de vergunning;

– hypothese D: een windturbineparkproject waarvan de vergunningen voor de administratieve of burgerlijke rechtbanken betwist worden en waarbij al met de uitvoering is begonnen: risico op vernietiging, respectievelijk onwettigverklaring van de vergunning;

– hypothese E: een windturbineparkproject waarvan de administratieve vergunningsprocedure nog niet werd afgerond: risico op weigering van de vergunning wegens de onwettigheid van de VLAREM-normen of van de vergunning;

–hypothese F: toekomstige windturbineparkprojecten: risico dat ze niet vergund kunnen worden wegens de onwettigheid van de VLAREM-normen of van de vergunning

De bovenstaande hypothesen maken duidelijk dat een simpele en zuivere uitvoering van het arrest van het Hof van Justitie van 25 juni 2020 voor grote rechtsonzekerheid zou zorgen, niet alleen voor het verleden, maar ook voor de toekomst. Een ontwikkelaar die zijn project al heeft gerealiseerd, riskeert de stillegging van zijn windturbinepark.

Hangende dossiers dreigen geweigerd te worden of te worden vergund met het risico op een onwettige vergunning en het bestuur zit daarbij geklemd tussen hamer en aambeeld. (…)



Het is duidelijk dat de regering zelf niet zo heel zeker is over de wettigheid van hetgeen men doet.  Dit is namelijk puur paniekvoetbal ten koste van de gezondheid en het welbevinden van burgers, die recht hebben op bescherming door de overheid, wat haar hoofdtaak is.

Men denkt chaos te voorkomen maar het tegenovergestelde is wat nu gebeurt.

Maar de burger laat niet meer met zich doen, er zijn nu reeds zeven rechtszaken lopende bij het Grondwettelijk Hof, tegen dit onzinnige decreet, de schorsings uitspraak wordt verwacht op 25/11/2020.



De Europese doelstellingen gaan niet verder dan bescherming van het milieu

Windturbines hebben een milieu impact, het zou een positieve moeten zijn voor het globale klimaat en het zou geen negatieve mogen zijn voor mens en milieu, lokaal.

Gezien het feit dat we een normenkader hebben voor windturbines, wettig tot stand gekomen of niet, moeten we concluderen dat men toegeeft dat ze potentieel schade kunnen toebrengen aan mens en milieu. Als dat niet zo was bestonden er wereldwijd geen normerende windturbinewetgevingen.
Dus dat staat vast, de vraag blijft alleen: schadelijk OK, maar in welke mate dan?

Men dient de milieuimpact af te wegen tegen een maatschappelijk belang, maar dan moet men die impact wel kennen en ook de maatschappelijke kost.

Wanneer er voorafgaand aan het schrijven van wetgeving geen passend milieuonderzoek gebeurt, dan kent men die mate niet.
Het is dus tot op heden blijkbaar de energiesector die de overheid influistert wat de milieunorm voor hen zou moeten zijn.
Het kan ook zijn dat men daarnaast een beetje kijkt naar wat de buren doen. Dat laatste is hier minder waarschijnlijk omdat ze in Vlaanderen aanzienlijk dichter op de bewoning staan dan in welk buurland dan ook. Ook kennen wij geen minimum afstandsregel, en laat dáár nu net het probleem liggen.

Men moet er dus van uitgaan dat er aanzienlijk strengere milieunormen voor windturbines zouden bestaan indien de Europese wetgeving gevolgd zou zijn, die legt namelijk een hoog niveau van milieubescherming op. Het is duidelijk dat die Europese eis, ondanks het lidmaatschap, hier manifest genegeerd komt.


Zonder voorafgaande milieubeoordeling toch verantwoord om te vergunnen en exploiteren?

Dus is het verantwoord om nog windturbines te exploiteren in die wetenschap, en is wel het verantwoord nog nieuwe te vergunnen?

Neen, zegt Europa, indien er een onzekerheid bestaat of beter gezegd; enige redelijke wetenschappelijke twijfel bestaat over de mate van de negatieve milieu impact van het gevraagde bij de vergunningsafweging, dan is het arrest van het Hof, gebaseerd op de Europese milieurichtlijnen, heel duidelijk.
Er mag dan niet vergund worden totdat alle redelijke wetenschappelijke twijfel is weggenomen door een passende milieubeoordeling in het kader van de milieurichtlijn 2001/42/EU.
(Men doelt op een  stand still  van de vergunningsverlener.)

Dat geldt voor de vergunningsafweging maar natuurlijk ook voor de omkaderende wetgeving die de normen stelt, niet minder voor het gehele proces van de transitie, van klimaatrichtlijn tot vergunning van 'instrumenten' te velde, die gezien moet worden als een plan of programma in het kader van de richtlijn.

De vergunningsafweging is een balans, hier tussen o.m.  de verwachte globale positieve milieu impact, een klimaatverbetering, en aan de andere kant de negatieve impact lokaal op mens en milieu, die hier dus nooit correct onderzocht blijkt en niet naar behoren is genormeerd binnen de windturbinewetgeving Vlarem II.

Aan de ene kant van de balans bevindt zich zowel de energieopbrengst van onshore wind als de reductie van CO2, beiden zijn echter marginaal.
In het arrest van het Europese Hof van 25 juni 2020, waarin het Hof de Vlarem wetgeving om milieuredenen werd nietig verklaart, laat men het aan de nationale rechter om Vlarem te vernietigen, slechts indien het licht niet uitgaat in België door stillegging van alle Vlaamse onshore windturbines.
Maar elke keer als de wind gaat liggen gaat in België het licht echt niet uit.

Onshore Vlaamse windenergie levert netto ongeveer een procent van de Belgische stroomvraag, dus dat risico is (door de altijd aanwezige fossiele back-up) onbestaande. We houden een dubbel energiebevoorradingssysteem in stand, omdat windstroom zo onbetrouwbaar is als het weer en bruikbare opslag voorlopig eveneens onbestaande is.

De onbalans tussen de vermeende globale positieve milieu impact en de lokale negatieve milieu impact is dusdanig dat feitelijk alleen de negatieve lokale overblijft.

Echter de exacte grootte daarvan is sterk locatiegebonden, in Vlaanderen nogal groot omdat we geen vrije ruimte hebben in ons dichtbevolkt landje.
De exacte omvang van de negatieve milieu impact weet men maar na een passend MER onderzoek. Zonder dat mag men dus niet vergunnen noch exploiteren en geldt het voorzorgsprincipe.


Windstroom destabiliseert het net en dat is duur

Sterker nog windenergie draagt niet bij aan een stabiele stroomvoorziening van België maar het destabiliseert het elektriciteitsnet door de extreem onregelmatige aanbodgestuurde levering. Met zeer hoge bijkomende kosten tot gevolg. Het zijn kosten van de randeffecten die men moet bijtellen bij de kostprijs van de keuze voor intermitterende windstroom op het net.

Windstroom blijkt inclusief de bijbehorende randeffecten (de fossiele back-up, netomvorming en verzwaring, interconnectors tussen landen, opslag via waterstof en batterijen, milieu- en gezondheidsschade, waardevermindering van onroerend goed, socio-economische schade etc. ) aanzienlijk duurder dan stroom van kern en fossiel, bovendien per saldo mogelijk niet milieuvriendelijker.

De erg smal beschouwde negatieve milieu impact waarvoor de regering vreest, de uitval van windenergie door de onwettigheid van de windturbines en dus minder CO2-reductie, blijkt onbestaande.


Met hernieuwbaar geen CO2-reductie, dus géén klimaatverbetering

Windturbines reduceren namelijk volgens het rapport "Een Duurzame Energievoorziening voor België", KU-Leuven 2020, geen CO2 door de perverse werking van het ETS-systeem (pagina 7-10):


(…) Een extra MWh wind- of zonne-energie brengt op zich binnen de EU géén vermindering van broeikasgasemissies met zich mee, omwille van het EU-ETS-emissieplafond. Zoals gezegd werkt dit EU-ETS-emissieplafond zoals communicerende vaten: er is een totale CO2-uitstoot vastgelegd voor de belangrijkste uitstoters (elektriciteitsproductie, grote industrie, EU-vliegverkeer). Wanneer in België een gascentrale wordt vervangen door hernieuwbare energie, kan de CO2-uitstoot van de gascentrale vervangen worden door CO2-uitstoot elders in Europa, bv. door een Poolse steenkoolcentrale. (…)

(…) De prijs van elektriciteit wordt beïnvloed door het Europese emissie-plafond. Of echter een MWh door gas, door kernenergie of door hernieuwbare energie opgewekt wordt, heeft geen enkel primair effect op de totale CO2-uitstoot in de EU, omwille van het EU-emissieplafond. (…)

(…) Op zich zal een extra MWh hernieuwbare energie de CO2-uitstoot niet verminderen, aangezien die CO2-uitstoot namelijk verplaatst wordt naar een andere bron, die meer mag uitstoten. (…)

(…) Een belangrijk gevolg van dit Europese systeem is dat België via unilaterale beleidsmaatregelen geen enkel vat meer heeft op de emissies in de EU-ETS-sectoren. Welke maatregel België ook neemt in die sectoren, er is omwille van het Europese plafond geen enkel effect op de totale emissies in Europa. Dit effect wordt soms beschreven als het waterbedeffect:  het lokaal verminderen van emissies heeft geen impact op de totale emissies. Dit is vergelijkbaar met het duwen op een bepaalde plaats in een waterbed, wat het totale watervolume in het bed onveranderd laat. (…)

De ongemakkelijke waarheid luidt dus dat deze zeer kostbare inspanningen inzake net-gebonden groene-stroomproductie niet automatisch tot een feitelijke reductie van broeikasgassen kunnen leiden en we daarmee zouden (kunnen) beantwoorden aan de Europese klimaatopdracht.


Dan blijft alleen de negatieve milieuimpact over?

Wanneer de vermeende positieve globale milieu impact mist, dan blijft alleen de negatieve milieu impact lokaal over, die voorafgaand nooit wettig onderzocht werd.
Laat staan voorkomen door een wettig tot stand gekomen wettelijk kader waar ook in Vlaanderen geen passende milieubeoordeling aan vooraf ging.


Doorgaan met vergunnen en exploiteren is in strijd met de Europese milieurichtlijnen en vormt een groot probleem omdat nog drie jaar lang onder een slechte wetgeving mogelijk nog honderden windturbines vergund zullen kunnen worden voor onbepaalde duur. Dus onder een wetgeving die de gezondheid en het welbevinden van burgers negatief beïnvloed, wat dus potentieel een zeer grote negatieve milieu impact met zich mee brengt, lokaal.


De Vlaamse Regering doet na jarenlang wanbeleid alsof men plots een onhoudbare chaotische situatie heeft kunnen voorkomen, maar het directe gevolg van die beslissing is een aantasting van het milieu voor onbepaalde duur en in een nooit onderzochte mate, exact de reden van nietigverklaring van de Vlaamse wetgeving door het Hof.
Vlaanderen bewijst hiermee niet dat zij een hoog beschermingsniveau voor mens en milieu garandeert, maar laat dat nu exact de Europese milieuopdracht zijn, verwoord binnen de klimaat richtllijnen.


Ontoepasbaarheid Vlaamse windturbinewetgeving

Naast de onwettigheid van Vlarem is de windturbinewetgeving in Vlaanderen tevens ontoepasbaar voor windturbines met een ashoogte van meer dan 64 meter.

Dat betekent dat wanneer de rechter zou besluiten zoals in Wallonië de regering door te laten gaan met het onwettige Vlarem, dat men de huidige generatie grote windturbines met ashoogten van nu ong. 150m toch niet kan blijven vergunnen en mogelijk bestaande vergunningen moet vernietigen.

De sinds 2012 gebouwde windturbines in Vlaanderen met ashoogten hoger dan 64m zijn mogelijk illegaal gebouwd.
Vanwege de nu bijkomende onwettigheid van het kader kan dit voor alle windturbines van na 2012 gelden, dat is aan de rechter.
Zullen verloren rechtzaken opnieuw opengetrokken kunnen worden bij de rechter in eerste aanleg?

Niet alleen de sectorale normen voor windturbines binnen Vlarem zijn onbruikbaar voor windturbines, na vernietiging terugvallen op de gewone geluidswetgeving binnen Vlarem lijkt geen optie omdat ook die onbruikbaar is voor hogere industriële inrichtingen dan 64 meter.
En bovendien blijft men dan zitten met een wetgeving die geen rekening houdt met het specifieke hinderlijke karakter van windturbinegeluid.
De normeringen betreffende industriegeluid binnen Vlarem in dB(A), zijn totaal ongeschikt voor windturbines, wat leidt tot schade aan mens en milieu.


De ontoepasbaarheid van Vlarem is deels te wijten aan de maximale wettelijke foutmarge voor de geluidsberekeningen vooraf aan vergunning, die beperkt is binnen de ISO-standaard 9613-2 (plus of min 3dB(A)).
Die wettelijk bepaalde foutmarge wordt zwaar overschreden wanneer men de opgelegde, aan vergunning voorafgaande, berekening toepast bij hogere geluidsbronnen dan die waar de ISO-norm voor bedoeld en voor geschikt is. 

De resultaten van de berekening binnen de geluidstudies wijken mogelijk significant af van de realiteit ná vergunning en dan moet men concluderen dat een vergunningsaanvraag niet het door Europa vereiste nauwkeurige beeld verschaft.

We spreken over afwijkingen van de afgegeven geluidsenergie van wettelijk 100% tot mogelijk meer dan 400-800%.

(Afwijkingen geconstateerd door de overheid zelf binnen eigen studies , de literatuur en in diverse geluidsstudies binnen Vlaamse vergunningsaanvragen voor windturbines, eveneens bevestigd op symposium windturbinegeluid, ABAS, WTCB, Leuven, 2020)

Op potentiële foutmarges van die orde is het onmogelijk een weloverwogen milieubeslissing te baseren, in de wetenschap dat toelaatbare decibelwaarden in vergunningsdossiers doorgaans tot achter de komma worden vergeleken om vergunbaarheid/onvergunbaarheid aan te tonen.

De vereiste nauwkeurigheid van maximaal plus of min 100% geluidenergie is al een extreem grove marge binnen de Vlarem-wetgeving. Bij bijvoorbeeld snelheidsovertredingen zouden we raar opkijken wanneer er dergelijke marges zouden worden aangehouden.

Terwijl Europa oplegt dat er betreffende milieu-gerelateerde beslissingen geen enkele redelijke wetenschappelijke twijfel mag bestaan op het moment van de afweging (arrest Europees Hof in de PAS-zaak NL, C-293/17 en C-294/17).
Om niet te moeten terugvallen op het voorzorgsprincipe is een exacte kwantificering van de milieueffecten voorwaarde ten tijde van de afweging.
Redelijke twijfel over die kwantificering is ook niet toegelaten bij andere milieu gerelateerde afwegingen zoals de omgevingsvergunning van windparken die vooraf de werkelijke impact op mens en milieu rond windparken dienen weer te geven binnen maatschappelijk aanvaardbare, dus geringe foutmarges.

Men kan geen ISO-standaard (9613-2) die slechts gebaseerd is op horizontale geluidspropagatie aanwenden binnen wetgeving die daarmee onbruikbaar is voor geluidsoverdracht van zeer hoge windturbines. Maar dat is exact wat de wetgever gedaan heeft. Windturbinegeluid komt inmiddels onbelemmerd van boven.

Tevens  gaat men door het gebruik van die ISO-norm voorbij aan significante al in 2002 beschreven atmosferische effecten die geluidsverschillen van tot +15dB(A) laten zien, het effect van bodemdemping tot +5dB(A) bij lage tonen en noem maar op, die in Duitsland recent voor een effectieve verdubbeling van de minimumafstanden hebben gezorgd (elke drie decibel meer betekent een verdubbeling van de geluidsenergie).


Dit alles impliceert de manifeste onvergunbaarheid van grote windturbines in Vlaanderen onder de huidige onredelijke en ontoepasbare wetgeving vanwege het daaronder niet kunnen waarborgen van de dwingende milieucriteria die Europa de lidstaten oplegt.

Wanneer men terugvalt op oudere wetgeving of voorziet in handhaving, doet dit geen recht aan de ratio van het arrest van het Hof binnen de zaak C-24/19 , de onrechtmatige situatie zou blijven voortduren, wat de facto in strijd is met de genegeerde milieurichtlijn.

Voorafgaand aan de stemming van het validatiedecreet is in het parlement publiek toegegeven dat Vlarem geen berekeningsmethode kent voor het geluid van windturbines hoger dan 64 meter.
Dat is ook wat de overheid zelf in studies bevestigd. maar men vergunt ze wel.., dus steeds zonder geldige geluidstudie!

Het wordt tijd dat men daar in het parlement de Minister over aanspreekt.

De Vlaamse wetgeving is dus niet alleen nietig verklaard door het Europese Hof van Justitie, hij is ook fysiek ontoepasbaar voor de huidige grote windturbines, en dan houdt het op voor grotere windturbines dan 64m as-hoogte tot we na 3 jaar een wettige nieuwe wetgeving hebben.

Maar wat doen we met wat draait in strijd met de EU milieurichtlijnen?


Doorschuiven van problemen naar de volgende legislatuur?

Men werd niet plots verrast door dat arrest van Europa, integendeel. 

De milieurichtlijn 2001/42/EU die structureel wordt overtreden binnen de energietransitie, stamt uit het jaar 2001.
De Vlaamse Regering heeft dus maar liefst 19 jaar de tijd gehad om hun wetgeving en handelswijze te conformeren aan de richtlijn.

Sinds het Kyoto Verdrag in 1992 wist men dat men iets aan het klimaat moest gaan doen, sinds 2001 had men exact kunnen weten welk verplicht gereedschap Europa oplegt te gebruiken, de plan-MER.

Men had wettelijk tot juli 2004 om de Europese richtlijn te implementeren in de Vlaamse milieuwetgeving voor windturbines en ten aanzien van de inrichting van de energietransitie.
Door de vernietiging in 2016 van het Waalse windturbinekader via een arrest van het Europese Hof (het arrest D'Oultremont C-290/15 en meerdere daarop volgende), werd men er door advocaten en burgers al hard op gewezen dat ook de Vlaamse windturbinewetgeving illegaal tot stand gekomen is.

Departement Omgeving richtte een schrijven aan de besturen over de mogelijk verstrekkende gevolgen van het arrest D'Oultremont voor het Vlaamse windturbinekader en overige wetgeving, meteen erna.
Dat is nu reeds drie jaar geleden en daar is niets mee gebeurd.


Samen in de fout:

Niet alleen Vlaanderen ging structureel in de fout maar ook de windsector wist natuurlijk evengoed dat zij al 19 jaar hun businessmodel gebaseerd hebben op de onwettig tot stand gekomen Sectorale Normen voor Windturbines binnen Vlarem. Die het mogelijk maakte windturbines hier extreem dicht op bewoning te kunnen vergunnen. 

Dreigen met schadeclaims na de onwettigverklaring door het Hof van de wetgeving waaronder de sector de illegaal verstrekte vergunningen heeft bekomen, is mogelijk wat hypocriet. Men heeft gezamenlijk onterecht gegokt op de onoplettendheid van de benadeelde, maar in hun recht staande burgers.

De Vlaamse Overheid heeft gemeend de betaalburger klaar te moeten stomen voor grootschalige windenergie in een erg dichtbevolkt Vlaanderen. Andere 'oplossingen' zijn nooit wettig onderzocht via de alternatievenstudie  binnen een plan-MER.
"Windturbines behoren nu eenmaal tot het Vlaamse landschap" was het motto van de windindustrie, verwoord door de minister.

De media hebben verzuimd erop te wijzen dat de politiek met harde cijfers en feiten moest komen binnen passend milieuonderzoek in plaats van met gladde campagnes in kinderlijke pictogrammentaal, zoals bijvoorbeeld  'De Stroomversnelling' van toenmalig minister Bart Tommelein.

Politieke peilingen over hoeveel procent van de bevolking voor windturbines was zijn gemanipuleerd door de dubieuze vraagstelling en de beperkte doelgroep die de vragenlijst heeft ingevuld, waarbij bovendien het betrokken publiek structureel vermeden is.
Vlaanderen stond erbij en keek ernaar, de media incluis.


Gevolgen:

Door het nu binnen drie jaar moeten gaan formuleren van een nieuwe wetgeving, na eerst gezamenlijk met alle stakeholders inclusief het betrokken publiek, een plan-MER uit te voeren, zou de bouw van mogelijk 100 of meer windturbines drie jaar vertraging oplopen, ware het niet dat men gewoon doorgaat met vergunnen van windparken voor onbepaalde duur onder een door Europa om milieuredenen nietig verklaarde wetgeving, onder het even onwettige validatiedecreet.

Dat wordt nu dus aangevochten door burgers bij het Grondwettelijk Hof, dat zal zich hopelijk spoedig uitspreken over het legistiek geklungel van een regering die structureel verzuimt de Europese richtlijnen hoger in rang te volgen inzake de klimaatopdracht van Europa.

Bestaande windturbines werden dus vergund onder een wetgeving die onwettig tot stand gekomen is. Kunnen die nog langer geëxploiteerd worden totdat zij definitief blijken wél te voldoen aan de nog te formuleren nieuwe milieu-wetgeving?
Die beslissing is aan de rechter.


Dilemma betreffende veroorzaakte schade:

Maar men dient nu ook het volgende te bedenken;

Waarom is na de Waalse nu ook de Vlaamse wettelijk kader vernietigd of onwettig verklaard? 
De reden is eenvoudig, het proces was dat niet.
De huidige wetgeving blijkt dusdanig ongeschikt voor de vergunning van de huidige maat windturbines, dat onbekende maar in Vlaanderen mogelijk grotere aantallen burgers aanzienlijke gezondheidsrisico's en schade oplopen. Aanleiding genoeg voor vele beroepschriften en rechtszaken die echter vaak tegengewerkt worden door de overheid die een andere interpretatie geeft aan het begrip 'milieudoelstellingen'. Klimaat valt onder milieu.

Wil men daaraan beginnen als burger en volharden, dan doet men dat vanwege de kosten, tijd en energie alleen wanneer dat écht noodzakelijk is.
Wanneer men daar dan in slaagt heeft dat nu tot consequentie dat bijvoorbeeld het Vlaamse windturbinekader door Europa vernietigd wordt, om dwingende milieuredenen.
Het Verdrag van Aarhus uit 2003 en de bijbehorende milieurichtlijn 2003/4/EG, verplichten de rechtsgang inzake milieuaangelegenheden snel , efficiënt en goedkoop te maken voor burgers, hoe ver staan we daar nog vanaf?


Handhavingsperiode onder dwingende Europese voorwaarde:

De schade die grote groepen burgers potentieel zullen kunnen claimen omdat windturbines vergund voor onbepaalde duur onbeperkt in tijd illegaal zullen draaien, zal  groter kunnen zijn dan wat de mogelijk niet geheel vrij uitgaande sector zal kunnen claimen.

Hoeveel getroffen omwonenden tijdens de handhavingsperiode naar de rechter zullen stappen met een milieustakingsvordering e.d. , of mogelijk door zullen gaan naar Europa, is nu niet goed in te schatten. Hun slagingskansen, op basis van het huidige arrest, mogelijk beter en zij groeien.


De wettelijke achtergrond:

Europa geeft via de milieurichtlijnen een klimaatopdracht aan de lidstaten om te werken aan het klimaat tegen 2030-2050 via reductie van broeikasgassen.
Daartoe draagt Europa op de overige Europese milieurichtlijnen integraal toe te passen, waaronder dus ook de plan-MER richtlijn die een planmatige Milieu-Effect Rapportage en toegespitst milieuonderzoek oplegt, van A tot Z, dus van Parijs tot windturbines in Vlaanderen.

Die Strategische Milieu Beschermingsrichtlijn, de SMB-richtlijn, ofwel de plan-MER richtlijn 2001/42/EU, bepaalt dat burgers vooraf aan planning, vergunning en het maken van een wettelijk kader voor windturbines, objectief geïnformeerd dienen te worden en zelfs actief medebeslissingsrecht moeten krijgen op het moment dat alle opties nog op tafel liggen (Verdrag van Aarhus).
Dus ook betreffende de energietransitie in hun voor- en achtertuin.

Dat is hier allemaal nooit gebeurd.

De Europese milieuwetgeving wordt door de Vlaamse Regering compleet genegeerd om de in de Europese milieurichtlijnen beschreven klimaatdoelen te kunnen behalen op het tempo waar de windsector vragende partij voor is.
Terwijl in die richtlijnen uitdrukkelijk staat dat dit niet mag, en ook niet vaststaat dat windstroom een oplossing zou bieden en/of in welke mate.

Niet alleen de wetgeving maar ook de nationale klimaatplannen, de windplannen en de vergunningsdossiers voor windparken te velde, dienen als noodzakelijke schakels in de ketting van de Parijse klimaateuforie, via de Europese klimaatrichtlijnen tot aan vergunning, allemaal  te voldoen aan het hoge milieubeschermingsniveau wat Europa oplegt (zij maken alle deel uit van een plan of programma, als bedoeld in de plan-MER trichtlijn 2001/42/EU).


De conclusie is reeds getrokken

Daar is echter met name de sector minder voorstander van en men heeft het klaargekregen dat de windturbines hier (illegaal) vergund worden onder een achterhaalde wetgeving die sterke cliëntelistische kenmerken vertoont en die men wil behouden.
Die windsector maakte bovendien de Vlaamse Ombudsman duidelijk dat wanneer men zich aan al die Europese milieuwetgeving moet houden, men in Vlaanderen niet meer kan ondernemen. Die conclusie heeft men binnen de sector zelf dus al getrokken.

Zonder de door Europa opgelegde strategische en planmatige milieubeoordeling, betreffende noodzakelijk voorafgaand onderzoek op het gebied van volksgezondheid en milieu, wat tijd kost om evidente redenen, mag men géén wetgeving goedkeuren of windturbines vergunnen.

Maar dat is exact wat de regering nu wel doet door de haastige goedkeuring van een (nood-) decreet wat een zojuist door het Europese Hof van Justitie onwettig verklaard windmolenkader weer zou 'valideren'.
Dit is mogelijk een minder goed voorbereide 'juridische noodgreep' wat structureel wanbeleid ten aanzien van het milieu gedurende decennia, plots zou moeten 'recht' trekken?


Verantwoordelijkheid nemen

De Dienst Milieu Effect Rapportage, van Departement Omgeving zegt in een recente brief dat het MER-onderzoek leidt tot betere milieubeslissingen en beter beleid voor de huidige en komende generaties.
Maar het huidige regeringsbeleid vermijdt juist structureel de passende verplichte milieubeoordelingen, het past zelfs MER-ontwijkingsstrategiën toe, en kan bovendien door commerciële uitbesteding van milieutoetsingen het door Europa vereiste hoge van niveau van bescherming van mens en milieu, niet garanderen.


Bij de buren

In Wallonië was hetzelfde aan de hand en daar is door het arrest D'Oultremont het windturbinekader drie jaar geleden al vernietigd. Men werkt daar uiteindelijk wel aan een plan-MER voor een nieuwe wetgeving. 

Nederland is op flink slot gezet door een arrest van het Europese Hof van Justitie binnen de Plan Aanpak Stikstof-zaak, 18.000 omgevingsvergunningen staan geblokkeerd omdat Nederland lange tijd een milieurichtlijn structureel aan zijn laars lapte.
Het Europese Hof van Justitie oordeelde dat er geen enkele redelijke wetenschappelijke twijfel mag bestaan bij milieu gerelateerde afwegingen, indien wel geldt het stand still principe.
Het hier nalaten de SMB-richtlijn in te zetten voor de transitie is dus ronduit gevaarlijk.
De conclusie van de Parlementaire Onderzoekscommissie Remkes: "Nederland zal eraan moeten wennen dat niet meer alles kan".
Men is nu anderhalf jaar verder en er bestaat geen 'oplossing'.

Een moratorium van drie jaar voor alleen Vlaamse onshore windturbines is klein bier vergeleken met de huidige Nederlandse situatie.

Ook in Nederland werd recent via de civiele rechter de windturbine-wetgeving indirect aangevochten en men vraagt mogelijk een herziening van eerdere uitspraken van de Raad van State, ook behoort het stellen van vragen aan het Europese Hof over de niet-naleving van de Europese regels tot de mogelijkheden, naast de herhaalde eis tot stillegging van de bouw van een groot windpark van 45 windturbines. Daar is het laatste nog niet over gezegd, vele tientallen actiegroepen staan reeds klaar om de parken te laten stilleggen, dus niet alleen hier.


De harde voorwaarde om door te kunnen gaan met vergunnen en exploiteren:

Het arrest van 25 juni verklaart de Vlaamse wetgeving en de omzendbrieven onwettig maar zegt daarbij dat slechts indien er sprake zou zijn van een door windturbines vertegenwoordigd aantoonbaar algemeen belang wat betreft de bevoorradingszekerheid in België, de nationale rechter kan beslissen een in tijd afgemeten handhavingsperiode te voorzien.

Nu blijkt dat geenszins het geval, wat iedereen ook zelf kan checken.
Dat de elektriciteits-bevoorradingszekerheid niet in het gedrang komt bewijst het feit dat wanneer de wind gaat liggen het licht niet uit gaat, even simpel gezegd. Ons eigen dubbele energiesysteem is daarop voorzien.

Bovendien blijkt de productiefactor van wind in België volgens Elia niet boven de 18% uit te komen (cijfers 2018), wat betekent dat windenergie gemiddeld maar 65 van de 365 dagen per jaar op vermogen presteert (1577 vollasturen per jaar). Onshore windturbines in het binnenland leveren maar de helft van die op zee.


Marginaal

Dat betekent ook dat één moderne 200m hoge windturbine met een vermogen van meestal 3,5MW in het binnenland, feitelijk maar iets meer dan een halve megawatt nuttig levert aan ons net (curtailment).

Onshore windenergie met 900-1000 windturbines staat in België in voor netto ongeveer 2-3 procent van onze stroombehoefte, ofwel slechts 0,5 procent van ons totale primaire energieverbruik.
Dat is echter bruto geteld. Netto, effectief bruikbare, dus op het net op het goede moment inpasbare windstroom, bedraagt beduidend minder.

De verhouding vermeden CO2 door windturbines ten opzichte van de CO2-uitstoot van fossiele centrale, bedraagt niet één op één maar slechts factor 0,4, dat volgt uit officiële Ierse cijfers.
Dat betekent dat door de inzet van windenergie ook hier mogelijk tot 60% minder CO2 gereduceerd wordt dan algemeen wordt aangenomen binnen het Europese energiebeleid.
Tellen we het effect van het ETS-systeem mee in Europa, dan is het saldo mogelijk nul of zelfs negatief.

Ook al zouden we onshore windenergie willen verdubbelen waar we, door de minister toegegeven, geen geschikte locaties voor hebben, dan nog ontstijgt het nut van energiebevoorrading door windturbines en dus de bijdrage aan een beter klimaat, die marginaliteit niet.


"Waar zijn uw cijfers mijnheer de minister?"

Deze vraag klonk herhaald in de Energiecommissies binnen het Vlaamse parlement.
Exacte netto cijfers worden door overheden vaak achtergehouden.
De passende milieubeoordeling dient harde feiten en cijfers betreffende de verschillende soorten hernieuwbare energie te genereren.
Is het misschien daarom dat die tot op heden uitbleef?

Tegenover de marginaliteit qua bruikbare energieproductie staan onevenredig hoge kosten voor de maatschappij, die eveneens nooit in kaart gebracht zijn.

Europa wil nog eens duizend miljard euro uitgeven binnen de New Green Deal.
Men kent het bedrag alvast wel, maar men weet niet eens precies waarom, waarvoor en wat we daaraan effectief zouden hebben en of we dat überhaupt wel kunnen betalen met de economische crisis in het vooruitzicht. 
Dat lijkt misschien wat kort door de bocht maar zonder de benodigde wetenschappelijke kwantificering op basis van reeds behaalde resultaten, komt het er wel op neer.


Klimaatplan zonder plan-MER ?

Er is ten aanzien van de energietransitie nog nooit een globale milieueffectrapportage op strategisch en planmatig niveau uitgevoerd door Europa waarin een alternatievenstudie gebruikmakend van de LCA, Life Cycle Analysis, betreffende alle verschillende instrumenten is opgenomen.
De huidige vergelijkingen tussen de gekozen 'instrumenten 'overstijgen het lobbyniveau niet echt.

Maar dient het National Energy and Cimate Plan, het NECP, niet beschouwd te worden als een plan of programma in het kader van de plan-MER richtlijn 2001/42/EU ?
Had er dus geen plan-MER uitgevoerd moeten worden voorafgaand aan het Nationaal Klimaatplan?

Op lidstaatniveau ontbreken binnen de NECP's, de nationale energie- en klimaatplannen, de benodigde planmatige milieustudies en op correcte data en feiten gebaseerde afwegingen.
Dit is typerend voor de idealistische maar tevens onrealistische houding binnen de politiek en media ten aanzien van de energietransitie.

België heeft nog nooit wettelijk aangetoond dat het d.m.v. onshore windenergie bijdraagt aan de reductie van de globale temperatuur en in welke mate, terwijl de klimaatrichtlijnen dat verplichten bij de instrumentkeuze.

Maar kan men dan wel willekeurige 'instrumenten' te velde vergunnen?


Noodgreepdecreet in strijd met EU wetgeving

De Vlaamse wetgeving die nu onwettig verklaard is gaat slechts over Vlaamse onshore windturbines. Op voorwaarde dat de Belgische energieproductie in gevaar kwam mocht men de nietige wetgeving toch handhaven.

Deel dus de Belgische energieopbrengst van windturbines dan maar door ongeveer vier om aan te tonen wat het algemeen belang kan zijn van het in Vlaanderen onder een slechte milieuwetgeving nog drie jaar doorgaan met het vergunnen en exploiteren.

Is het milieubelang van een Vlaams nood-decreet in de Europese of mondiale context t.a.v. energiebevoorrading en klimaat, wel meetbaar?
Zal dat validatiedecreet dus juridisch houdbaar blijken?


Piste onterecht laten liggen

We moeten ons dus de vraag durven stellen of het wel zinvol is om vele duizenden burgers bloot te stellen aan nooit onderzochte milieu- en gezondheidsrisico's door de verdere exploitatie en vergunning van windparken voor onbepaalde duur in een daarvoor ongeschikt gewest.

Zeker in de wetenschap dat we gebruik kunnen maken van art. 7 van de richtlijn 2009/28/EU die toelaat hernieuwbare energie op te wekken in daartoe wel geschikte lidstaten, is dat absurd.

Er bestaat dus geen dwingende reden windturbines in het dichtbevolkte Vlaanderen te moeten vergunnen om aan de werkelijke milieudoelstellingen te kunnen voldoen.

Dat bevestigt de KU-leuven wanneer men schrijft dat de Belgische politiek er onterecht van uit ging dat de hernieuwbare energie uitsluitend op het eigen grondgebied moest gegenereerd worden. Terwijl België bepaald geen goede condities kent voor zowel wind- als zonne-energie.


Aandachtspunten:

Ierland is recent door het Europese Hof veroordeeld tot 5 miljoen euro boete en een dwangsom van 15.000 euro per dag  vanwege het niet aan een passende strategische milieubeoordeling  (plan-MER) onderwerpen van een groot windpark, vóór vergunning.
Ierland kreeg van het Europese Hof van Justitie in beroep op 12 november 2019 die boete en dwangsom opgelegd na een veroordeling wegens het structureel negeren van de Europese SMB-richtlijn 2001/42/EU ten aanzien van de oprichting van een windpark van 29 windturbines zonder plan-MER, als semi-overheidsproject (ECLI: C/2019/955/EU).

Europa is dus van mening dat ook windparken zonder passende voorafgaande milieubeoordeling in overeenstemming met de plan-MER richtlijn niet  kunnen.


Denemarken en Duitsland betalen schadevergoedingen aan omwonenden, ook Nederland kent planschaderegelingen (Windturbine Megaschadeclaim, DOKK).
Het gebrekkig geformuleerde en mogelijk zelfs ontbrekende algemeen/maatschappelijk belang van windstroom maakt schadeclaims door omwonenden ook hier haalbaar, versterkt wanneer de windturbines blijven doordraaien onder een vernietigde wetgeving.


Het is bij een omgevingsvergunning aan de aanvrager te bewijzen dat hij derden niet schaadt, maar zonder voorafgaande passende milieubeoordeling in de vorm van een correcte planmatige-MER en daarna een projectmatige-MER is dat gezien de significante milieu effecten die rond windparken kunnen optreden, feitelijk onmogelijk.
De verantwoording, om niet in conflict te komen met het door de lidstaat zelf te garanderen hoge milieu-beschermingsniveau opgelegd door de richtlijnen, kan via het laten invullen van afvinklijstjes ter MER-ontwijking, niet bij de sector gelegd worden, om evidente redenen.

De plan-MER dient vooraf uitgevoerd te worden door een overheid die een ruimtelijke invulling geeft aan de energietransitie in een bepaald gebied.
Alle stakeholders inclusief het betrokken publiek hebben inspraak/medebeslissingsrecht.

De project-MER die daarop volgt is de verantwoordelijkheid van de ontwikkelaar in combinatie met de overheden én het betrokken publiek. En start pas wanneer duidelijk is wat, waar en door wie in een concreet project gepland wordt, maar vervangt geen plan-MER vooraf.
Het Decreet Complexe projecten laat een combinatie toe om tijd te kunnen winnen.

Eénzijdige berichtgeving in de media over de toegedichte voordelen van windenergie, vormt een structureel probleem.

Exploitanten van windturbines maken gebruik van gecreëerde commerciële opportuniteiten die landen met gebrekkige wetgevingen hen bieden.

Gemeenten die via beleggingen verweven zijn met de windsector, missen mogelijk wat animo om zich tijdig voldoende te verdiepen in de materie en verzaken daarmee mogelijk aan hun zorgplicht naar hun burgers toe.
Adviezen verstrekt door die gemeenten doen serieuze juridische vragen rijzen over de kwaliteit en houdbaarheid van de gevoerde vergunningsprocedures.
Het klimaat is een politiek beladen thema, het milieu ook, evenals de volksgezondheid dat is.

Zowel de Wereldgezondheidsorganisatie als de Hoge Gezondheidsraad, maar ook zovele andere gezondheidsorganisaties, waarschuwen al jaren voor het windturbinegeluid van moderne grote windturbines dat door het specifieke karakter daarvan (amplitude modulatie, Dopplereffect, cumulatie, pulserend laagfrequent geluid en infrageluid) hinderlijker en schadelijker is voor de mens dan ander industrieel lawaai of verkeerslawaai.
Terwijl windturbines hier juist aanzienlijk méér geluid mogen produceren dan die andere geluidsbronnen. Binnen het onwettige Vlarem kijkt men structureel de verkeerde richting op wanneer bescherming van burgers het doel van de wetgeving zou zijn.

Het RIVM, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (NL), heeft kortgeleden een nieuw rapport uitgebracht over lawaai waarin men concludeert dat geluid al bij veel lagere niveaus gezondheidsschade (hart-/coronaire klachten maar ook tinnitus, stress en diabetes) veroorzaakt, dan eerder gedacht.

Wanneer, ondanks het feit dat windstroom netto voor geen procent instaat voor onze totale Belgische energiebehoefte en om aan de richtlijnen te voldoen men projecten mag aangaan met andere lidstaten die méér windstroom genereren dan ze kunnen gebruiken, men tóch zou besluiten om zoals in Wallonië onder een vernietigde wetgeving met behoud van de rechtsgevolgen gewoon nog door te mogen gaan met het vergunnen van windturbines, dán hebben we na die drie jaar géén nieuwe windturbine-wetgeving meer nodig omdat tegen dan alle geschikte en mindergeschikte locaties zullen zijn ingevuld met windturbines met omgevingsvergunningen voor onbepaalde duur, met alle nooit wettelijk onderzochte milieugevolgen van dien.

We hopen dus samen dat ook op nationaal niveau de getoonde Europese ernst van deze situatie tijdig wordt ingezien en vooral het eventuele maatschappelijk belang van windturbines in Vlaanderen in het bijzonder voorafgaand aan een beslissing diepgaand wordt onderzocht.



Ondoelmatigheid Vlaams energiebeleid:
Vlaanderen wordt nu door deze uitspraak over onwettigheid van haar wetgeving niet opeens voor het blok gezet door Europa.

De Unie voorziet al sinds 2009 in de mogelijkheid om groene stroom aan te kopen vanuit andere lidstaten in de klare wetenschap dat niet ieder land geschikt is voor windturbines.

Dichtbevolkt Vlaanderen kan zo dus eenvoudig buiten schot blijven door de juiste toepassing van de Europese wet (milieurichtlijn 2009/28/EG, art. 7).
In België heeft de politiek die piste laten liggen, maar waarom?


Bijvoorbeeld Nederland koopt nu met een zeer flexibel contract op grote schaal windstroom vanuit Denemarken om aan hun klimaatdoelstellingen te kunnen voldoen, voor slechts 12,5 € per MW, minder dan een vierde (?) van de prijs die wij hier betalen voor onze windenergie?

En Nederland koopt op die manier ook géén windstroom die het niet nodig heeft, daarbij wordt de waardevolle leefomgeving niet onnodig gereduceerd tot een onleefbaar industrieel energielandschap...

(...) Wiebes said in his letter that “the compensation of € 12.50 per MWh is lower than comparable agreements concluded by other European member states. The combination of a fixed price and flexible quantity ensures that the costs of statistical transfer remain limited.”(...)

(Bron: Dutch to Danish Deal to hit Clean Power Target , Sam Morgan 22-6-2020 Euractiv)


Ook Vlaanderen heeft dus al 11 jaar de mogelijkheid groene stroom elders aan te kopen en zo in regel te zijn met de Europese klimaatdoelstellingen.
Nu blijkt dat dit ook nog aanzienlijk goedkoper is dan hier windturbines te bouwen met alle economische, sociale en milieugevolgen van dien.

Wanneer we de randeffecten meetellen (en dat moeten we) van de keuze voor windstroom gegenereerd in een land dat de ruimte en de vereiste omstandigheden niet heeft om dat efficiënt te kunnen doen, dan zullen de kosten voor de fossiele back-up centrales, de netverzwaring, de omvorming van ons net naar een rastervormig net, de dalende rentabiliteit van andere stroombronnen, de omzetting van windstroom naar waterstof en weer terug, batterijen, de waardedaling van onroerend goed van omwonenden, schade aan lokale economie/toerisme, gezondheidskosten, natuurschade e.d. geheel bij de kosten voor die ons net destabiliserende  windstroom moeten tellen.
(In veel geringere mate geldt dit ook voor zonne-stroom, daarvoor zijn oplossingen aanzienlijk goedkoper).

En dan wordt de vergelijking met wat bijvoorbeeld Nederland nu betaalt om te kunnen voldoen aan de klimaatdoelstelling zeer extreem. 

Zonder grootschalige aanpak op plekken waar het sterk waait heeft het plaatsen van windturbines maatschappelijk maar ook economisch mogelijk geen zin.

Financiële compensaties (torenhoge subsidies) verstrekken in gebieden waar het weinig waait om maar te kunnen tonen hoe groen we bezig zijn, getuigt van een cosmetisch maar geen intelligent klimaatbeleid.

Windturbines daar (mis)plaatsen waar ze vertraagd en stilgezet dienen te worden om aan de onwettige milieuwetgeving te voldoen, evenzo (de 'Joke Paradox').

Indien er inderdaad zwaar misbruik gemaakt wordt van die subsidies zoals de Vlaamse Minister van Justitie en handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme dat in de krant (HLN) van 15 oktober 2020, "Windmolenbouwers rijven miljoenen binnen met sjoemelsoftware", zegt,  dan slaat de balans bij de vergunningsafweging betreffende de mate van de milieuschade en de kost voor de maatschappij van windstroom, om evidente redenen door naar de negatieve kant.
Men moet zich ernstig afvragen of men de 'heilige milieudoelstellingen' op deze wijze kan halen, en wie daar uiteindelijk beter van zou worden...

De plan-MER met publieke participatie geeft het meest betrouwbare antwoord mogelijk, het willen vermijden dat een plan-MER ook voor de transitie (het klimaatplan begeleidend) wordt uitgevoerd, getuigt van het feit dat men nu al weet dat dit het einde van onshore windenergie zal betekenen, om evidente redenen.

Momenteel bouwt men een Hoogspanningssnelweg van de zee naar het land, meer dan 3000 MW zou de capaciteit zijn, dat is het netto vermogen op jaarbasis van 6000 onshore windturbines, Vlaanderen telt er momenteel 542 en voor meer is wettelijk geen plaats.
Dit betekent overduidelijk dat men zich reeds focust op offshore wind, verdere uitbouw van onshore wind is en blijft een marginale cosmetische, subsidieslurpende vergissing.