INFO WINDPROJECTEN







ACTUALITEITEN


nieuwe documentaire die die veel stof doet opwaaien en het nut van groene energie en de intenties van de promotors fileert.
Een aanrader voor scholen en iedereen die de Inconvenient Truth van Al Gore is bijgebleven.



Op de website www.gezondheid.be vonden we een goed artikel dat verschillende meningen laat horen over de risico's van het plaatsen van windturbines in Vlaanderen.













WETGEVING

Groot nieuws:
Advocaat Generaal van het Europese Hof van Justitie concludeert dat de Vlarem windmolenwetgeving incl. de omzendbrieven onwettig is en vernietigd dient te worden omdat Vlaanderen geen plan-MER heeft toegepast bij totstandkoming ervan, het definitieve arrest volgt nog.















MEDIA






















Energiepact? Wat nu?



































BELANGRIJK NIEUWS OVER WETGEVING WINDTURBINES:

Het 'valideren' van een door het Hof onwettig verklaard Vlaams windturbinekader:

Europa verklaarde op 25 juni 2020 de Vlaamse windturbinewetgeving onwettig om milieuredenen.
Het windturbinekader binnen Vlarem en de bijbehorende omzendbrieven voldoen volgens het arrest duidelijk niet aan het vereiste hoge beschermingsniveau dat Europa oplegt.

De Vlaamse Regering wil nu 'creatief' voorbijgaan aan de ratio van het recente arrest van het Europese Hof van Justitie en de onwettigverklaring van het Vlaamse windturbinekader omzeilen d.m.v. het in het parlement laten stemmen van een (nood) decreet, mogelijk onder druk van de windsectorlobby en aandeelhouders.

Via dat decreet wil men zich onttrekken aan de wettelijke gevolgen van het arrest, wat bedoeld is om ervoor te zorgen dat er in Vlaanderen géén windturbines worden gebouwd en geëxploiteerd onder een windturbine-wetgeving, die wat betreft de milieunormen voorafgaand nooit wettig getoetst is en daarmee een niet te onderschatten gevaar voor de volksgezondheid kan opleveren.


Theatraal:

De overheid en de windsector laten nu voorkomen alsof ze plots door een Europees arrest, het gevolg van een onderbouwd windturbineprotest van een actiegroep uit Nevele, voor het blok zijn gezet.

Windturbines blijken onwettig vergund, nieuwe zullen niet meer vergund kunnen worden onder de huidige onwettige wetgeving en daarmee zullen de klimaatdoelstellingen mogelijk in het gedrang komen, dat is de gebriefde situatie in het kort.

De regering lijkt nu bang voor schadeclaims van de exploitanten van windturbines.

Maar men werd niet plots verrast door een arrest van Europa, integendeel. 

De milieurichtlijn 2001/42/EU die structureel wordt overtreden binnen de energietransitie stamt uit het jaar 2001.
De Vlaamse Regering heeft dus maarliefst 19 jaar de tijd gehad om hun wetgeving te conformeren aan de richtlijn.

Sterker nog, men had wettelijk maar tot juli 2004 om de Europese richtlijn te implementeren in de Vlaamse milieuwetgeving.
Door de vernietiging in 2016 van het Waalse windturbinekader via een arrest van het Europese Hof (het arrest D'Oultremont C-290/15 en meerdere daarop volgende), werd men er door advocaten en burgers al hard op gewezen dat ook de Vlaamse windturbinewetgeving illegaal tot stand gekomen is.

Departement Omgeving richtte een schrijven aan de besturen over de mogelijk verstrekkende gevolgen van het arrest D'Oultremont voor het Vlaamse windturbinekader en overige wetgeving, meteen erna.
Dat is nu reeds vier jaar geleden.


Samen in de fout:

Niet alleen Vlaanderen ging structureel in de fout maar ook de windsector wist natuurlijk evengoed dat zij al 19 jaar hun businessmodel gebaseerd hebben op de onwettig tot standgekomen Sectorale Normen voor Windturbines binnen Vlarem. Die het mogelijk maakte windturbines extreem dicht op bewoning te kunnen vergunnen. 

Dreigen met schadeclaims na de onwettigverklaring door het Hof van de wetgeving waaronder de sector de illegaal verstrekte vergunningen heeft bekomen, is mogelijk wat hypocriet. Men heeft gezamenlijk onterecht gegokt op de onoplettendheid van benadeelde, maar in hun recht staande burgers.

De Vlaamse Overheid heeft gemeend de betaalburger klaar te moeten stomen voor grootschalige windenergie in een erg dichtbevolkt Vlaanderen. Andere 'oplossingen' zijn nooit wettig onderzocht via de alternatievenstudie  binnen een plan-MER.
"Windturbines behoren nu eenmaal tot het Vlaamse landschap" was het motto van de windindustrie, verwoord door de minister.
De media hebben verzuimd erop te wijzen dat de politiek met harde cijfers en feiten moest komen binnen passend milieuonderzoek in plaats van met gladde campagnes in kinderlijke pictogrammentaal, zoals bijvoorbeeld  'De Stroomversnelling' van toenmalig minister Bart Tommelein.
Politieke peilingen over hoeveel procent van de bevolking voor windturbines was zijn gemanipuleerd door de dubieuze vraagstelling en de beperkte doelgroep die de vragenlijst heeft ingevuld, waarbij bovendien het betrokken publiek structureel vermeden is.
Vlaanderen stond erbij en keek ernaar.


Gevolgen:

Door het nu moeten gaan formuleren van een nieuwe wetgeving, na eerst gezamenlijk met alle stakeholders inclusief het betrokken publiek, een plan-MER uit te voeren, zal de bouw van mogelijk 100 of meer windturbines drie jaar vertraging oplopen.
Dat betekent niet dat die windturbines uiteindelijk niet gebouwd zullen worden, wél dat mogelijk beduidend minder windturbines gebouwd kunnen worden onder een aan de kwaliteitseisen van Europa aangepaste passende milieuwetgeving.

Bestaande windturbines werden vergund onder een wetgeving die onwettig tot stand gekomen is. Kunnen die nog langer geëxploiteerd worden totdat zij definitief blijken wél te voldoen aan de nog te formuleren nieuwe milieu-wetgeving?
Die beslising is aan de rechter.


Dilemma betreffende veroorzaakte schade:

Maar men dient nu ook het volgende te bedenken;

Waarom is na de Waalse nu ook de Vlaamse wettelijk kader vernietigd of onwettig verklaard? 
De reden is eenvoudig, het proces was dat niet.
De huidige wetgeving blijkt dusdanig ongeschikt voor de vergunning van de huidige maat windturbines, dat onbekende maar in Vlaanderen mogelijk grotere aantallen burgers gezondheidsrisico's en schade oplopen, aanleiding genoeg voor vele beroepschriften en rechtszaken die vaak tegengewerkt worden door de overheid.
Wil men daaraan beginnen als burger en volharden, dan doet men dat vanwege de kosten, tijd en energie alleen wanneer dat écht noodzakelijk is.
Wanneer men daar dan in slaagt heeft dat nu tot consequentie dat het windturbinekader door Europa vernietigd wordt, om dwingende milieuredenen.


De rol van volksvertegenwoordigers:

Stemmen onze volksvertegenwoordigers nu vóór een nooddecreet dat de vergunning en exploitatie van windturbines onder het terecht vernietigde kader mogelijk blijft maken, dan is het niet onwaarschijnlijk dat grote aantallen verenigde omwonenden, mogelijk duizenden burgers, overtuigd zullen zijn van hun gelijk en gesteund door de visie van het Hof, juridische actie zullen ondernemen.

Stemt men het voorgestelde decreet nu niet, dan zullen grote groepen binnen de bevolking rond die windturbines na stemming van een definitieve deugdelijke wetgeving, gespaard gaan worden van de reëele nefaste gevolgen voor de gezondheid, de waardevermindering van hun onroerend goed, milieuschade, schade aan de biodiversiteit, economische schade en mogelijk nog veel meer tot op heden niet binnen de MER wettelijk in kaart gebrachte maatschappelijke schade.


Handhavingsperiode onder dwingende Europese voorwaarde:

Het arrest maakt alleen een handhavingsperiode mogelijk wanneer de nationale rechter kan aantonen dat het algemeen belang geschaadt wordt door aantoonbare problemen t.a.v. de energiebevoorradingszekerheid.
Die echter onbestaande zijn door de marginaliteit van de het net destabiliserende windenergie, afgemeten aan de totale stroomproductie.

De exacte berekeningen die dus benodigd zijn alvorens men kan besluiten de wet te kunnen handhaven zijn echter nog niet gemaakt omdat er nooit een plan-MER is uitgevoerd. 

De schade die burgers potentieel zullen kunnen claimen omdat windmolens vergund voor onbepaalde duur onbeperkt in tijd illegaal zullen draaien, zal  groter kunnen zijn dan wat de sector zal kunnen claimen.

Hoeveel getroffen omwonenden naar de rechter zullen stappen met een milieustakingsvordering, of mogelijk door zullen gaan naar Europa, is nu niet goed in te schatten. Hun slagingskansen, alleen al op basis van het huidige arrest, mogelijk beter.


De wettelijke achtergrond:

Europa geeft via de milieurichtlijnen een klimaatopdracht aan de lidstaten om te werken aan het klimaat tegen 2030-2050 via reductie van broeikasgassen.
Daartoe draagt Europa op de overige Europese milieurichtlijnen integraal toe te passen, waaronder dus ook de plan-MER richtlijn die een planmatige Milieu-Effect Rapportage en toegespitst milieuonderzoek oplegt, van A tot Z, dus van Parijs tot windturbines in Vlaanderen.

Die Strategische Milieu Beschermingsrichtlijn, de SMB-richtlijn, ofwel de plan-MER richtlijn 2001/42/EU, bepaalt dat burgers vooraf aan planning, vergunning en het maken van een wettelijk kader voor windturbines, objectief geïnformeerd dienen te worden en zelfs actief medebeslissingsrecht moeten krijgen op het moment dat alle opties nog op tafel liggen.
Ook betreffende de energietransitie in hun voor- en achtertuin.

Dat is hier allemaal nooit gebeurd.

De Europese milieuwetgeving wordt door de Vlaamse Regering kompleet genegeerd om de in de Europese milieurichtlijnen beschreven klimaatdoelen te kunnen behalen op het tempo waar de windsector vragende partij voor is.
Terwijl in die richtlijnen uitdrukkelijk staat dat dit niet mag.

Niet alleen de wetgeving maar ook de nationale klimaatplannen, de windplannen en de vergunningsdossiers voor windpaken te velde, dienen als noodzakelijke schakels in de ketting van de Parijse klimaateuforie, via de Europese klimaatrichtlijnen tot aan vergunning, allemaal  te voldoen aan het hoge milieubeschermingsniveau wat Europa oplegt.

Daar is echter met name de sector minder voorstander van en men heeft het klaargekregen dat de windturbines hier (illegaal) vergund worden onder een achterhaalde wetgeving die sterke cliëntelistische kenmerken vertoont en die men wil behouden.
Die windsector maakte bovendien de Vlaamse Ombudsman duidelijk dat wanneer men zich aan al die Europese milieuwetgeving moet houden, men in Vlaanderen niet meer kan ondernemen.

Zonder de door Europa opgelegde strategische en planmatige milieubeoordeling, betreffende noodzakelijk voorafgaand onderzoek op het gebied van volksgezondheid en milieu, wat tijd kost om evidente redenen, mag men géén wetgeving goedkeuren of windturbines vergunnen.

Maar dat is exact wat de regering nu aan het parlement vraagt door de haastige goedkeuring van een (nood-) decreet wat een zojuist door het Europese Hof van Justitie onwettig verklaard windmolenkader weer zou 'valideren'.
Dit is mogelijk een minder goed voorbereide 'juridische noodgreep' wat structureel wanbeleid ten aanzien van het milieu gedurende decennia, plots zou moeten 'recht' trekken?

In Wallonië was hetzelfde aan de hand en daar is door het arrest D'Oultremont het windturbinekader drie jaar geleden al vernietigd. Men werkt daar uiteindelijk wel aan een plan-MER voor een nieuwe wetgeving. 

Nederland is op flink slot gezet door een arrest van het Europese Hof van Justitie binnen de Plan Aanpak Stikstof-zaak, 18.000 omgevingsvergunningen staan geblokkeerd omdat Nederland lange tijd een milieurichtlijn structureel aan zijn laars lapte.
Het Hof oordeelde dat er geen enkele redelijke wetenschappelijke twijfel mag bestaan bij milieugerelateerde afwegingen, indien wel geldt het stand still principe.
Het hier nalaten de SMB-richtlijn in te zetten voor de transitie is dus ronduit gevaarlijk.
De conclusie van de Parlementaire Onderzoekscommissie Remkes: "Nederland zal eraan moeten wennen dat niet meer alles kan".
Men is nu anderhalf jaar verder en er bestaat geen 'oplossing'.

Een moratorium van drie jaar voor alleen Vlaamse onshore windturbines is klein bier vergeleken met de huidige Nederlandse situatie.


De harde voorwaarde om door te kunnen gaan met vergunnen en exploiteren:

Het arrest verklaart de Vlaamse wetgeving en de omzendbrieven onwettig maar zegt daarbij dat slechts indien er sprake zou zijn van een door windturbines vertegenwoordigd aantoonbaar algemeen belang wat betreft de bevoorradingszekerheid in Vlaanderen, de nationale rechter kan beslissen een in tijd afgemeten handhavingsperiode te voorzien.

Nu blijkt dat niet het geval, wat iedereen ook zelf kan checken.
Dat de energie- bevoorradingszekerheid niet in het gedrang komt bewijst het feit dat wanneer de wind gaat liggen het licht niet uit gaat, even simpel gezegd. Ons dubbele energiesysteem is daarop voorzien.

Bovendien blijkt de productiefactor van wind in België volgens Elia niet boven de 18% uit te komen (cijfers 2018), wat betekent dat windenergie gemiddeld maar 65 van de 365 dagen per jaar op vermogen presteert (1577 vollasturen per jaar). Onshore windturbines in het binnenland leveren maar de helft van die op zee.

Dat betekent ook dat één moderne 200m hoge windturbine met een vermogen van meestal 3,5MW feitelijk maar ongeveer een halve megawatt nuttig levert aan ons net (curtailment).

Windenergie met 900-1000 windturbines staat in België in voor netto ongeveer 3 à 4 procent van onze stroombehoefte, ofwel slechts 0,6 procent van ons totale energieverbruik.
Dat is echter bruto geteld. Netto, effectief bruikbare, dus op het net op het goede moment inpasbare windstroom, bedraagt ongeveer tweederde daarvan.

De verhouding vermeden CO2 door windturbines ten opzichte van de CO2-uitstoot van fossiele centrale, bedraagt niet één op één maar slechts factor 0,4, dat volgt uit officiële Ierse cijfers.
Dat betekent dat door de inzet van windenergie ook hier mogelijk tot 60% minder CO2 gereduceerd wordt dan algemeen wordt aangenomen binnen het Europese energiebeleid.
Tellen we het effect van het ETS-systeem mee in Europa, dan is het saldo mogelijk nul of zelfs negatief.

Ook al zouden we onshore windenergie willen verdubbelen waar we, door de minister toegegeven, geen geschikte locaties voor hebben, dan nog ontstijgt het nut van energiebevoorrading door windturbines en dus de bijdrage aan een beter klimaat, die marginaliteit niet.


"Waar zijn uw cijfers mijnheer de minister?"

Deze vraag klonk herhaald in de Energiecommissies.
Exacte netto cijfers worden door overheden vaak achtergehouden.
De passende milieubeoordeling dient harde feiten en cijfers betreffende de verschillende soorten hernieuwbare energie te genereren.
Is het misschien daarom dat die tot op heden uitbleef?

Tegenover de marginaliteit qua bruikbare energieproductie staan onevenredig hoge kosten voor de maatschappij die eveneens nooit in kaart gebracht zijn.

Europa wil bijkomend duizend miljard euro uitgeven binnen de New Green Deal.
Men kent het bedrag alvast wel, maar men weet niet eens precies waarom, waarvoor en wat we daaraan effectief zouden hebben en of we dat uberhaupt wel kunnen betalen met de economische crisis in het vooruitzicht. 
Dat lijkt misschien wat kort door de bocht maar zonder de benodigde wetenschappelijke kwantificering op basis van reeds behaalde resultaten, komt het er wel op neer.

Er is ten aanzien van de energietransitie nog nooit een globale milieueffectrapportage op strategisch en planmatig niveau uitgevoerd door Europa waarin een alternatievenstudie gebruikmakend van de LCA, Life Cycle Analysis, betreffende alle verschillende instrumenten is opgenomen.
De huidige vergelijkingen tussen die instrumenten overstijgen het lobbyniveau niet echt.

Eveneens op lidstaatniveau ontbreken binnen de NECP's, de nationale energie- en klimaatplannen, de benodigde planmatige milieustudies en op correcte data en feiten gebaseerde afwegingen.
Dit is typerend voor de idealistische maar tevens onrealistische houding binnen de politiek ten aanzien van de energietransitie.

België heeft nog nooit wettelijk aangetoond dat het d.m.v. onshore windenergie bijdraagt aan de reductie van de globale temperatuur en in welke mate, terwijl de richtlijnen dat verplichten bij de instrumentkeuze.

De Vlaamse wetgeving die nu onwettig verklaard is gaat slechts over Vlaamse onshore windturbines.
Deel dus de Belgische energieopbrengst van windturbines dan maar door ongeveer vier om aan te tonen wat het algemeen belang kan zijn van het in Vlaanderen onder een slechte milieuwetgeving nog drie jaar doorgaan met het vergunnen en exploiteren.

Is het milieubelang van een Vlaams nood-decreet in de Europese of mondiale context t.a.v. energiebevoorrading en klimaat, wel meetbaar?
Zal dat decreet juridisch houdbaar blijken?

De Vlaamse windstroom en bijbehorende structurele wijzigingen aan ons net, maandelijks gepresenteerd op onze elektriciteitsfactuur, verhoogt die zwaar en leidt mogelijk tot substantiële kapitaalvlucht naar het buitenland.

We moeten ons dus de vraag durven stellen of het wel zinvol is om vele duizenden burgers bloot te stellen aan nooit onderzochte milieu- en gezondheidsrisico's door de verdere exploitatie en vergunning van windparken voor onbepaalde duur in een daarvoor ongeschikt gewest.
Zeker in de wetenschap dat we gebruik kunnen maken van art. 7 van de richtlijn 2009/28/EU die toelaat hernieuwbare energie op te wekken in daartoe wel geschikte lidstaten, is dat absurd.

Er bestaat dus geen dwingende reden windturbines in het dichtbevolkte Vlaanderen te moeten vergunnen om aan de werkelijke milieudoelstellingen te kunnen voldoen.


Hiërarchie:

De Europese milieuwetgeving staat boven de Vlaamse.
De door Europa opgelegde plan-MER dient niet om te vertragen maar om te leiden tot betere beslissingen inzake milieuaangelegenheden, aldus het IAIA, geciteerd door het TEAM MER, onderdeel van het Departement Omgeving.


Geld en ethiek:

Velen hebben zich wat snel rijk gerekend en zijn er onterecht van uitgegaan dat het ethisch verantwoord zou zijn 'winsten'  binnen te halen die niet van een gegenereerde economische meerwaarde komen maar afkomstig zijn van subsidies en de irrationele verhogingen van de elektriciteitsfactuur.  Die de bevolking verarmen ten tijde van corona terwijl die burger er niets anders voor terugkrijgt dan een ongevraagd energielandschap waarin het niet meer aangenaam wonen is.

Onze verkozen volksvertegenwoordigers op de payroll van de burger dienen zich in te lezen, op de hoogte te zijn van de grond van de wet en de ratio van het arrest en zich niet te laten leiden door partijpolitieke standpunten, gebaseerd op commerciële belangen van groepen die nagelaten hebben zich tijdig te verdiepen in de Europese milieurichtlijnen, met vermijdbare financiële risico's tot gevolg.
Zeker wanneer de volksgezondheid in het gedrag komt door voortdurend gesjoemel met de milieuwetgeving.


Maar de wetgeving is niet alleen onwettig maar ook ontoepasbaar.


(Bovenstaande kan als een warme oproep gezien worden aan onderzoeksjounalisten om uit te zoeken hoe wantoestanden die negentien jaar kunnen aanslepen genegeerd worden binnen de media en de politiek én waarom regeringen na meerdere dwingende arresten van het Europees Hof nog steeds geen aanstalten maken om zich te conformeren in het belang van de Vlamingen en hun te beschermen milieu, integendeel zelfs.)


Onwettigheid Vlaamse windturbine wetgeving:

Vlaanderen heeft vanaf 2012 tot en met nu windturbines vergund onder een wetgeving (de sectorale normen binnen Vlarem-II en de omzendbrieven) die onwettig blijkt na het Europese arrest.

Past Vlaanderen daarnaast ook op vlak van klimaatplannen (NECP) en de vergunning van windparken te velde, de Europese milieurichtlijnen eveneens niet toe?
Moet ook het klimaatplan en de grootschalige infrastructurele werken ten behoeve van de energietransitie of onderdelen daarvan ook begrepen worden als een 'plan of programma' in het kader van de milieurichtlijnen?

De gevolgen van de niet-toepassing van de Europese richtlijnen laten zich raden.
Windturbines werden en worden in Vlaanderen nog steeds vergund op, internationaal gezien, véél te korte afstanden van bewoning en beschermde gebieden, terwijl er nooit een passende planmatige milieubeoordeling is uitgevoerd die de gevolgen daarvan vooraf in kaart bracht.

Europa draagt al haar lidstaten op een hoog milieubeschermingsniveau te garanderen en te blijven controleren, dat is dus hier geenszins gebeurd.

Nu rijst de vraag of door de gevolgen van vernietiging het lokale en globale milieu in het gedrang komt, en in welke exact te kwantificeren mate, positief of negatief.
Om hierover te kunnen beslissen kan men zich baseren op aannames?
Of dient men zich te baseren op gericht milieuonderzoek dat niet voor ligt?
Vanwege het feit dat de transitie een planmatige MER inclusief alternatievenonderzoek ontbeert, is het niet eenvoudig zich te beroepen op harde onbetwistbare data betreffende de kwantificering van feitelijke uitstoot van broeikasgassen, zonder of met, bijkomende windturbines.

Het Europese ETS-systeem verhindert bovendien structureel een bijkomende substantiële CO2-reductie door het bijplaatsen van windturbines ('Een Duurzame Energievoorziening voor België', METAFORUM KU Leuven 14-01-2020).

Men kan gezien het te verwaarlozen maatschappelijk belang van een paar jaar vertraging voor de realisatie van bijkomende Vlaamse onshore windturbinedossiers, overwegen een voorlopig moratorium in te stellen, totdat bewezen is dat vergunningen zouden voldoen aan het vereiste hoge niveau van milieubescherming dat Europa via de richtlijnen oplegt.
Gezien de marginaliteit van het klimaat-effect daarvan op de globale temperatuur, onmeetbaarheid, is een dergelijke beslissing mogelijk te verdedigen.

Wanneer het Hof besluit tot onwettigverklaring en daarmee tot vernietiging van het windturbinekader, dan ligt de grond daarvan bij twijfel, of meer dan dat, betreffende de waarborging dat het hoge niveau van milieubescherming gegarandeerd wordt door de lidstaat.

Wordt dat opgelegde hoge niveau wél gegarandeerd bij continuering onder die vernietigde wetgeving of via andere pistes, anders dan een voorlopig moratorium?


Ontoepasbaarheid Vlaamse windturbinewetgeving:

Naast de onwettigheid van Vlarem is de windturbinewetgeving in Vlaanderen tevens ontoepasbaar voor windturbines met een ashoogte van meer dan 64 meter.

Dat kan betekenen dat wanneer de rechter zou besluiten zoals in Wallonië de regering door te laten gaan met het onwettige Vlarem, dat men de huidige generatie grote windturbines met ashoogten van nu ong. 150m toch niet kan blijven vergunnen en mogelijk bestaande vergunningen moet vernietigen.

De sinds 2012 gebouwde windturbines in Vlaanderen met ashoogten hoger dan 64m zijn mogelijk illegaal gebouwd.
Vanwege de nu bijkomende onwettigheid van het kader kan dit voor alle windturbines van na 2012 gelden, dat is aan de rechter.
Zullen verloren rechtzaken opnieuw opengetrokken kunnen worden bij de rechter in eerste aanleg?

Niet alleen de sectorale normen voor windturbines binnen Vlarem zijn onbruikbaar voor windturbines, na vernietiging terugvallen op de gewone geluidswetgeving binnen Vlarem lijkt geen optie omdat ook die onbruikbaar is voor hogere industriële inrichtingen dan 64 meter.
En bovendien blijft men dan zitten met een wetgeving die geen rekening houdt met het specifieke hinderlijke karakter van windturbinegeluid.
De normeringen betreffende industriegeluid binnen Vlarem in dB(A), zijn totaal ongeschikt voor windturbines, wat leidt tot schade aan mens en milieu.


De ontoepasbaarheid van Vlarem is deels te wijten aan de maximale wettelijke foutmarge voor de geluidsberekeningen vooraf aan vergunning, die beperkt is binnen de ISO-standaard 9613-2 (plus of min 3dB(A)).
Die wettelijk bepaalde foutmarge wordt zwaar overschreden wanneer men de opgelegde, aan vergunning voorafgaande, berekening toepast bij hogere geluidsbronnen dan die waar de ISO-norm voor bedoeld en voor geschikt is. 

De resultaten van de berekening binnen de geluidstudies wijken mogelijk significant af van de realiteit ná vergunning en dan moet men concluderen dat een vergunningsaanvraag niet het door Europa vereiste nauwkeurige beeld verschaft.

We spreken over afwijkingen van de afgegeven geluidsenergie van wettelijk 100% tot mogelijk meer dan 400-800%.

(Afwijkingen geconstateerd door de overheid zelf binnen eigen studies , de literatuur en in diverse geluidsstudies binnen Vlaamse vergunningsaanvragen voor windturbines, eveneens bevestigd op symposium windturbinegeluid, ABAS, WTCB, Leuven, 2020)

Op potentiële foutmarges van die orde is het onmogelijk een weloverwogen milieubeslissing te baseren, in de wetenschap dat toelaatbare decibelwaarden in vergunningsdossiers doorgaans tot achter de komma worden vergeleken om vergunbaarheid/onvergunbaarheid aan te tonen.

De vereiste nauwkeurigheid van maximaal plus of min 100% geluidenergie is al een extreem grove marge binnen de Vlarem-wetgeving. Bij bijvoorbeeld snelheidsovertredingen zouden we raar opkijken wanneer er dergelijke marges zouden worden aangehouden.

Terwijl Europa oplegt dat er betreffende milieu-gerelateerde beslissingen geen enkele redelijke wetenschappelijke twijfel mag bestaan op het moment van de afweging (arrest Europees Hof in de PAS-zaak NL, C-293/17 en C-294/17).
Om niet te moeten terugvallen op het voorzorgsprincipe is een exacte kwantificering van de milieueffecten voorwaarde ten tijde van de afweging.
Redelijke twijfel over die kwantificering is ook niet toegelaten bij andere milieugerelateerde afwegingen zoals de omgevingsvergunning van windparken die vooraf de werkelijke impact op mens en milieu rond windparken dienen weer te geven binnen maatschappelijk aanvaardbare, dus geringe foutmarges.

Men kan geen ISO-standaard die slechts gebaseerd is op horizontale geluidspropagatie aanwenden binnen wetgeving die daarmee onbruikbaar is voor geluidsoverdracht van zeer hoge windturbines. Maar dat is exact wat de wetgever gedaan heeft. Windturbinegeluid komt inmiddels onbelemmerd van boven.

Tevens  gaat men door het gebruik van die ISO-norm voorbij aan significante al in 2002 beschreven atmosferische effecten die geluidsverschillen van tot +15dB(A) laten zien, het effect van bodemdemping tot +5dB(A) bij lage tonen en noem maar op, die in Duitsland recent voor een effectieve verdubbeling van de minimumafstanden hebben gezorgd (elke drie decibel meer betekent een verdubbelling van de geluidsenergie).


Dit alles impliceert de manifeste onvergunbaarheid van grote windturbines in Vlaanderen onder de huidige onredelijke en ontoepasbare wetgeving vanwege het daaronder niet kunnen waarborgen van de dwingende milieu-criteria die Europa de lidstaten oplegt.

Wanneer men terugvalt op oudere wetgeving of voorziet in handhaving, doet dit geen recht aan de ratio van het arrest van het Hof binnen de zaak C-24/19 , de onrechtmatige situatie zou blijven voortduren, wat defacto in strijd is met de genegeerde milieurichtlijn.


Aandachtspunten:

Ierland is recent door het Europese Hof veroordeeld tot 5 miljoen euro boete en een dwangsom van 15.000 euro per dag  vanwege het niet aan een passende strategische milieubeoordeling  (plan-MER) onderwerpen van een groot windpark, vóór vergunning.
Ierland kreeg van het Europese Hof van Justitie in beroep op 12 november 2019 die boete en dwangsom opgelegd na een veroordeling wegens het structureel negeren van de Europese SMB-richtlijn 2001/42/EU ten aanzien van de oprichting van een windpark van 29 windturbines zonder plan-MER, als semi-overheidsproject (ECLI: C/2019/955/EU).

Europa is dus van mening dat ook windparken zonder passende voorafgaande milieubeoordeling in overeenstemming met de plan-MER richtlijn niet  kunnen.

Denemarken en Duitsland betalen schadevergoedingen aan omwonenden, ook Nederland kent planschaderegelingen (Windturbine Megaschadeclaim, DOKK).
Het gebrekkig geformuleerde en mogelijk zelfs ontbrekende algemeen/maatschappelijk belang van windstroom maakt schadeclaims door omwonenden ook hier haalbaar, versterkt wanneer de windturbines blijven doordraaien onder een vernietigde wetgeving.

Het is bij een omgevingsvergunning aan de aanvrager te bewijzen dat hij derden niet schaadt, maar zonder voorafgaande passende milieubeoordeling in de vorm van een correcte planmatige-MER en daarna een projectmatige-MER is dat gezien de significante milieu-effecten die rond windparken kunnen optreden, feitelijk onmogelijk.
De verantwoording, om niet in conflict te komen met het door de lidstaat zelf te garanderen hoge milieu-beschermingsniveau opgelegd door de richtlijnen, kan via het laten invullen van afvinklijstjes ter MER-ontwijking, niet bij de sector gelegd worden, om evidente redenen.

De plan-MER dient vooraf uitgevoerd te worden door een overheid die een ruimtelijke invulling geeft aan de energietransitie in een bepaald gebied.
Alle stake-holders inclusief het betrokken publiek hebben inspraak/medebeslissingsrecht.

De project-MER die daarop volgt is de verantwoordelijkheid van de ontwikkelaar in combinatie met de overheden én het betrokken publiek. En start pas wanneer duidelijk is wat, waar en door wie in een concreet project gepland wordt, maar vervangt geen plan-MER vooraf.
Het Decreet Complexe projecten laat een combinatie toe om tijd te kunnen winnen.

Eénzijdige berichtgeving in de media over de toegedichte voordelen van windenergie, vormt een structureel probleem.

Exploitanten van windturbines maken gebruik van gecreëerde commerciële opportuniteiten die landen met gebrekkige wetgevingen hen bieden.

Gemeenten die via beleggingen verweven zijn met de windsector, missen mogelijk wat animo om zich tijdig voldoende te verdiepen in de materie en verzaken daarmee mogelijk aan hun zorgplicht naar hun burgers toe.
Adviezen verstrekt door die gemeenten doen serieuze juridische vragen rijzen over de kwaliteit en houdbaarheid van de gevoerde vergunningsprocedures.
Het klimaat is een politiek beladen thema, het milieu ook, evenals de volksgezondheid dat is.

Zowel de Wereldgezondheisdorganisatie als de Hoge Gezondheidsraad, maar ook zovele andere gezondheidsorganisaties, waarschuwen al jaren voor het windturbinegeluid van moderne grote windturbines dat door het specifieke karakter daarvan (amplitude modulatie, Dopplereffect, cumulatie, pulserend laagfrequent geluid en infrageluid) hinderlijker en schadelijker is voor de mens dan ander industrieel lawaai of verkeerslawaai.
Tewijl windturbines hier juist aanzienlijk méér geluid mogen produceren dan die andere geluidsbronnen. Binnen het onwettige Vlarem kijkt men structureel de verkeerde richting op wanneer bescherming van burgers het doel van de wetgeving zou zijn.

Het RIVM, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (NL), heeft kortgeleden een nieuw rapport uitgebracht over lawaai waarin men concludeert dat geluid al bij veel lagere niveaus gezondheidsschade (hart-/coronaire klachten maar ook tinnitus, stress en diabetes) veroorzaakt, dan eerder gedacht.

Wanneer, ondanks het feit dat windstroom netto voor geen procent instaat voor onze totale Belgische energiebehoefte en om aan de richtlijnen te voldoen men projecten mag aangaan met andere lidstaten die méér windstroom genereren dan ze kunnen gebruiken, men tóch zou besluiten om zoals in Wallonië onder een vernietigde wetgeving met behoud van de rechtsgevolgen gewoon nog door te mogen gaan met het vergunnen van windturbines, dán hebben we na die drie jaar géén nieuwe windturbine-wetgeving meer nodig omdat tegen dan alle geschikte en mindergeschikte locaties zullen zijn ingevuld met windturbines met omgevingsvergunningen voor onbepaalde duur, met alle nooit wettelijk onderzochte milieugevolgen vandien.

We hopen dus samen dat ook op nationaal niveau de getoonde Europese ernst van deze situatie tijdig wordt ingezien en vooral het eventuele maatschappelijk belang van windturbines in Vlaanderen in het bijzonder voorafgaand aan een beslissing diepgaand wordt onderzocht.


Ondoelmatigheid Vlaams energiebeleid:
Vlaanderen wordt nu door deze uitspraak over onwettigheid van haar wetgeving niet opeens voor het blok gezet door Europa.

De Unie voorziet al sinds 2009 in de mogelijkheid om groene stroom aan te kopen vanuit andere lidstaten in de klare wetenschap dat niet ieder land geschikt is voor windturbines.

Dichtbevolkt Vlaanderen kan zo dus eenvoudig buiten schot blijven door de juiste toepassing van de Europese wet (milieurichtlijn 2009/28/EG, art. 7).
In België heeft de politiek die piste laten liggen, maar waarom?


Bijvoorbeeld Nederland koopt nu met een zeer flexibel contract op grote schaal windstroom vanuit Denemarken om aan hun klimaatdoelstellingen te kunnen voldoen, voor slechts 12,5 € per MW, minder dan een vierde (?) van de prijs die wij hier betalen voor onze windenergie?

En Nederland koopt op die manier ook géén windstroom die het niet nodig heeft, daarbij wordt de waardevolle leefomgeving niet onnodig gereduceerd tot een onleefbaar industriëel energielandschap...

(...) Wiebes said in his letter that “the compensation of € 12.50 per MWh is lower than comparable agreements concluded by other European member states. The combination of a fixed price and flexible quantity ensures that the costs of statistical transfer remain limited.”

If the 8TWh of clean power stats is not enough to complement Dutch efforts, a further 8TWh is on the table if needed, at a similar price. The Netherlands has until mid-2021 to tell Denmark if it wants to take advantage of all or some of that allocation. (...)

(Bron: Dutch to Danish Deal to hit Clean Power Target , Sam Morgan 22-6-2020 Euractiv)

Ook Vlaanderen heeft dus al 11 jaar de mogelijkheid groene stroom elders aan te kopen en zo in regel te zijn met de Europese klimaatdoelstellingen.
Nu blijkt dat dit ook nog aanzienlijk goedkoper is dan hier windturbines te bouwen met alle economische, sociale en milieugevolgen vandien.

Wanneer we de randeffecten meetellen (en dat moeten we) van de keuze voor windstroom gegenereerd in een land dat de ruimte en de vereiste omstandigheden niet heeft om dat efficient te kunnen doen, dan zullen de kosten voor de fossiele back-up centrales, de netverzwaring, de omvorming van ons net naar een rastervormig net, de dalende rentabiliteit van andere stroombronnen, de omzetting van windstroom naar waterstof en weer terug, batterijen, de waardedaling van onroerend goed van omwonenden, schade aan lokale economie/toerisme, gezondheidskosten, natuurschade e.d. geheel bij de kosten voor die ons net destabiliserende  windstroom moeten tellen.
(In veel geringere mate geldt dit ook voor zonne-stroom, daarvoor zijn oplossingen aanzienlijk goedkoper).

En dan wordt de vergelijking met wat bijvoorbeeld Nederland nu betaalt om te kunnen voldoen aan de klimaatdoelstelling zeer extreem. 

Zonder grootschalige aanpak op plekken waar het sterk waait heeft het plaatsen van windturbines maatschappelijk maar ook economisch mogelijk geen zin.

Financiële compensaties (torenhoge subsidies) verstrekken in gebieden waar het weinig waait om maar te kunnen tonen hoe groen we bezig zijn, getuigt van een cosmetisch maar geen inteligent klimaatbeleid.

Windturbines daar (mis)plaatsen waar ze vertraagd en stilgezet dienen te worden om aan de onwettige milieuwetgeving te voldoen, evenzo (de 'Joke Paradox').

Zonder grensoverschrijdende benadering is het complexe klimaatvraagstuk onoplosbaar. Europa voorzag dat dus al in 2009 en bood haar lidstaten concrete oplossingen.